Debat

Debat De Morgen

Op 2 mei publiceerde De Morgen een column van Wouter Deprez waarin de moeilijke situatie op de huurmarkt werd aangeklaagd. Actiebetaalbaarwonen.be reageerde hierop met een lezersbrief die op zijn beurt een reactie onlokte bij de verantwoordelijke minister. Deze en andere bijdragen (die echter niet gepubliceerd werden door De Morgen) kan je hieronder vinden.

Champignon in het citadelpark

Wouter Deprez, De Morgen, 2 mei 2007

Gisteren assisteerde ik een vriend in zijn zoektocht naar een woning in Gent. Tijdens het eerste huisbezoek merkte ik dadelijk dat mijn jaarlijkse bijdrage aan het WWF weggesmeten geld is : verschillende zeldzame diersoorten waren in dit pand nog verre van met uitsterven bedreigd. De huurder van de woning leidde ons rond met een zeer geestig cynisme van hoge gisting. Elke "ach" van de arme man ging vergezeld met een schouderophalen waarbij zijn reumatische gewrichten en de doorzakkende plankenvloeren in canon kreunden. Op de eerste verdieping zaten een paar huurders achter enkel
glas naar het schaarse licht toe te groeien. Onder het dakgebinte klaagden houtwormen over de bedorven smaak van het honderdjarige hout. In de kelder drupte bruine drab ritmisch uit de rioleringsbuis in de emmer die eronder stond.
De ligging, meneer, het is de ligging die het huis de 270.000 euro waard maakt die de eigenaar ervoor wilde hebben. Toen de eigenaar het huis drie jaar daarvoor kocht, had hij het op krék dezelfde ligging voor 75.000 euro gekocht. Het oudje dat er woonde, moet één van de laatste vertegenwoordigers geweest zijn van de internetloze generatie, die niet even snel op het web kon checken hoe hard de huizenmarkt onder druk staat. Dat is namelijk de verklaring voor de stijgende huizenprijzen die ik in de vakliteratuur vond : de markt staat onder druk. Ik belde naar de huurder van bovenstaand huis, en ik zei hem : je moet het begrijpen, de markt staat onder druk." Hij begreep het, en hij zou het ten gepaste tijde gebruiken als
argument tegenover zijn hongerige kinderen.
Ontnuchterd ging mijn vriend nadien een konijnenkotje bekijken in de Brugse Poort, in Gent al twee eeuwen lang de refuge voor de platte portemonnees. Maar ook daar leek mij de prijs voor een huis waar een koppel pygmeëen nog claustrofobisch zou in worden, met vijftig procent gestegen. Is dat het
perverse effect van het succesvolle buurtvernieuwingsproject "Zuurstof voor de Brugse Poort"? Een opgeknapte wijk wordt duurder en dus voor sommige bewoners eigenlijk onbetaalbaar? Hoe moet je met een laag inkomen nog iets kopen in een markt die onder druk staat? Ik herinner mij de smalende blik
van de bankier toen ik met mijn vierdewereldloonbriefjes van zes jaar geleden een lening voor een huis wou aanvragen, in een markt die nog een stuk minder onder druk stond. Veel vriendelijker is die mens trouwens geworden op zes jaar tijd, dat moet ik hem aangeven.
Toen we het bonsaïhuisje met geblutst en bebuild voorhoofd weer buiten stapten, leek huren mijn vriend plots de ideale oplossing : geen zorgen, geen lening, enkel de huur die elke maand gestort moet worden. Maar ondanks dat mijn economisch brein de omvang van een middelgrote doperwt heeft, kon ik toch zelf deze redenering bedenken : als verhuurders hun huis hebben gekocht aan een hogere koopprijs, vragen ze een hogere huur.
Mijn vriend staat nu op de wachtlijst voor een sociale woning, de wachttijd daarvoor zou naar verluidt ongeveer twee jaar bedragen. In de tussentijd heeft hij zich blauw geschilderd, een wit pinnemutsje en een broek aangetrokken, en hij woont nu in een champignon in het Citadelpark.
Ondertussen wil ik graag uw steun vragen voor het volgende : op 31 mei moet ik om acht uur 's avonds een woordje placeren op een debat over betaalbaar wonen, in de Vooruit in Gent. Mijn empirisch vermogen zegt in verband met betaalbaar wonen : "er is stront aan de knikker". Maar dat lijkt mij net
iets te mager als verhelderend inzicht. Kunnen eventuele experten en betrokken mij stofferen met begrijpelijke en onderbouwde informatie? Minister van huisvesting Keulen, hoort u het in verband met stijgende huurprijzen op de private markt ook donderen in uw achternaam? Hoe staat het
met de eeuwige achterstand in de bouw van sociale woningen? Hoe staat het met de wachtlijsten voor kandidaat-sociale huurders? En aan diegenen die de hoop koesteren om binnenkort federaal verkozen te
worden : huisvesting is Vlaamse materie, maar er is een uitgebreid federaal budget voor de fiscale aftrek bij de aankoop van een woning. Is dat het beste antwoord dat federaal kan geboden worden op deze problematiek? Ik dank voor u voor alle heldere informatie en eventueel gebekvecht dat
hierop volgt, te deponeren op eb.negromed|srezel#eb.negromed|srezel
Wouter

Een gedurfd plan voor betaalbaar wonen

Anke Hintjens & co, De Morgen 3 mei

Wouter (Deprez) slaat de nagel op de kop (DM 2/5). De stijgende prijzen voor huisvesting doen de armoede in Vlaanderen toenemen. Er moeten dringend maatregelen genomen worden die de prijsstijgingen van de huurwoningen stoppen.
Maar daarnaast moeten er dringend meer geld en middelen vrijgemaakt worden voor meer sociale woningen.
Vandaag staan er 70.000 mensen in Vlaanderen op een wachtlijst voor een sociale woning. Als we echter de doelgroep bekijken die de overheid zelf definieerde voor het sociale wonen, hebben 320.000 mensen recht op een sociale woning. Aan het huidige ritme van 1.225 woningen per jaar die erbij komen (in de periode van eind 1997 tot eind 2004 nam het aantal verhuurde sociale woningen met 8.576 toe, Pascal De Decker, 2007), moeten die mensen dus nog 155 jaar wachten… Vandaag is slechts 6 procent van de woningen sociaal verhuurd. Nochtans zijn alleen sociale woningen een echt adequaat antwoord op de woonbehoeften van de kwetsbaarste mensen.
Een alleenstaande die van een leefloon moet leven, moet op de privémarkt 61 procent van zijn inkomen aan huur besteden. Die persoon houdt dan 241 euro in de maand over voor alle andere kosten. Om een lening af te betalen op dertig jaar heeft hij 214 euro tekort per maand (en geen geld voor eten). Voor een sociale huurwoning zou hij 33 procent van zijn inkomen moeten besteden.
Sinds de jaren negentig zijn er verschillende pogingen ondernomen om een woonbeleid te ontwikkelen en werden er ook meer financiële inspanningen geleverd. Het extra geld werd echter in de eerste plaats gebruikt voor het renoveren van bestaande sociale woningen. Dat is natuurlijk ook erg belangrijk, maar lost het gebrek aan sociale woningen niet op. Daardoor kan bevoegd minister Keulen (Open Vld) stellen dat er meer geld werd vrijgemaakt voor sociale woningen, terwijl iedereen op het terrein kan vaststellen dat er amper woningen bijkwamen.
Ondanks de stijgingen in de uitgaven voor sociale woningen blijft het bedrag dat eraan besteed wordt historisch laag. Het wordt dus hoog tijd voor een grote inhaalbeweging. Een beleid waarbij ook mensen met een hoger inkomen sociale woningen kunnen huren of zelfs kopen, zal enkel het aantal sociale woningen voor de kwetsbaarste mensen doen afnemen. Elk deftig sociaal beleid begint met een goed budget. Er moet dringend werk worden gemaakt van meer financiële middelen voor sociale woningen.
Verder moeten sociale huisvestingsmaatschappijen ook echt woningen bouwen. Zij die dat de laatste jaren nog deden, zitten in slechte financiële papieren. Enkel die sociale huisvestingsmaatschappijen die de laatste jaren niet meer investeerden in nieuwe woningen, kunnen makkelijk het hoofd boven water houden. Hier geldt: hoe socialer de huisvestingsmaatschappij, hoe slechter haar financiële toestand.
Door ingewikkelde inefficiënte vergunningsstelsels duurt een bouwproject voor sociale woningen gemiddeld zeven jaar. Voor een privébouwproject is dat drie jaar.Het is duidelijk dat de druk op het beleid van onderuit moet worden opgevoerd om tot een echt sociaal woonbeleid te komen.
Wouter Deprez verwijst terecht naar de diverse 'sociale' stadsvernieuwingsprojecten, die ondanks hun goede bedoelingen nog steeds weinig antwoord bieden op de problemen van de kwetsbaarste mensen in de negentiende-eeuwse gordel of in de armere buurten van steden. Zolang stadsvernieuwingsprojecten niet gepaard gaan met voldoende fondsen en goodwill voor het bouwen van sociale woningen en een beleidskader dat de huurprijzen op de private markt reguleert, zullen buurten waar het aangenamer wordt om te leven geconfronteerd worden met een verdringingseffect. Kwetsbare groepen zullen er niet kunnen blijven wonen.
Daarom werd er een verzoekschrift gelanceerd voor een gedurfd plan voor betaalbare woningen. Hopelijk kan het verzoekschrift mensen, sociale bewegingen, de sociale sector, vakbonden, bijeenbrengen om de politici onder druk te zetten om hun beloftes uit te voeren. Als er 15.000 handtekeningen verzameld worden, is het Vlaams Parlement verplicht daarover een hoorzitting te organiseren.
Het verzoekschrift is gelanceerd en werd ondertussen al ondersteund door het Vlaams Overleg Bewonersbelangen, de Huurdersbonden, lokale bewonersgroepen, verenigingen waar armen het woord nemen, artiesten, politici, syndicalisten…
Dirk Vandermaelen, sp.a-fractieleider Kamer, Jean-marie De Baene, directeur studiedienst Vlaams ABVV, Roel Deseyn, volksvertegenwoordiger CD&V, Dominique Willaert, Victoria Deluxe, Pascal Debruyne, TiensTiens, Ann Vanderwilt, Welzijnszorg, Mark Saey, Francine Mestrum, Filip Debodt, Koen Dille, Raf Verbeke, Gene Hewitt, Jurgen Heytens, Michel Van Hoorne, Veerle Cannoot, Danny Jacqmot, Erik Meerschaut, Ben Schokkaert, Armando Dios, Ken Frans, Ann Dejaeghere, Joeri Puissant, Karim Zahidi, Anke Hintjens, de minder bekende maar daarom niet minder geëngageerde initiatiefnemers van actiebetaalbaarwonen.be.
Het verzoekschrift en de lijst van de bekende ondertekenaars is te vinden op www.actiebetaalbaarwonen.be.
Anke Hintjens, initiatiefneemster betaalbarewoningen.be

Publicatiedatum : 2007-05-03
Sectie : Opiniemakers

De beste huisvestingsmaatregel: een job

Marino Keulen, De Morgen 4 mei

Zonder werk eigenaar worden gebeurt praktisch niet. Mensen met een uitkering zitten het vaakst in woningnood

Marino Keulen dient Wouter Deprez en Anke Hintjens van repliek
Betaalbare woningen en de wachtlijsten in de sociale huisvesting baren heel wat mensen en opiniemakers zorgen, zoals uit de bijdragen van Wouter Deprez en Anke Hintjens bleek (DM 2/5 en 3/5). De nood aan sociale huurwoningen en de betaalbaarheid en kwaliteit op de private huurmarkt zijn ook voor mij prioritaire aandachtspunten.

Als minister van Wonen kan ik niet zomaar met spek schieten. Ik voer beleid op grond van cijfers en budgetten. Het verbaast me dat Deprez noch Hintjens verwijzen naar de recente onderzoeksresultaten van het Kenniscentrum Duurzaam Wonen. Zo is 93 procent van de Vlamingen tevreden met de woonsituatie, toch het weten waard.
Dat neemt niet weg dat we blijven investeren in meer sociale woningen. De budgetten zijn ten opzichte van 1998 vervijfvoudigd. Maar we merken dat desondanks het bouwritme stagneert. Daarom onderzoeken we nieuwe pistes, zoals een woonbevak of formules van publiek-private samenwerking.
Het wettelijke kader was ook aan vernieuwing toe. Het nieuwe kaderbesluit sociale huur én een nieuw financieringssysteem voor de sociale huisvestingsmaatschappijen worden in overleg met de sector uitgewerkt. Maatschappijen die goed werken, worden beloond, bijvoorbeeld met renteloze leningen. Wie ondanks een goed beheer in slechte papieren belandt, wordt geholpen. Er bestaat geen toverformule om een wachtlijst van 55.000 kandidaat-huurders op te lossen. Zoiets kost jaren bouwen en investeren. En toch moeten we tegelijk maatregelen treffen voor de private markt.
Drie op de vier Vlamingen zijn eigenaar. Uitstekend. Een eigen woning is de beste verzekering voor de oude dag. Iets dat je voor jezelf wilt, moet je ook voor anderen nastreven. Eigendom afbouwen ten voordele van huur is geen optie. Van de huurders huurt 18,5 procent op de private markt en 6 procent sociaal. De private huur is momenteel het 'zwakke broertje'. Maar ook het enige 'broertje' voor mensen met een laag inkomen. Er wordt vaak in tegenstellingen gedacht: huurder tegen verhuurder. Dat moet worden overstegen. Huurder en verhuurder zijn lot- en bondgenoot.
En de gebrekkige woonkwaliteit? Vlaanderen heeft een uitstekende wooninspectie. Haar personeelsbestand verdubbelt dit jaar. Ook het handhavingsbeleid van de burgemeesters en de nieuwe renovatiepremie verbeteren de kwaliteit van het woningbestand. We investeren voort in sociale verhuurkantoren, die vandaag 3.500 woningen beheren, en verdubbelden het budget voor de huursubsidies als een eerste stap.
Ik stel ook nieuwe sporen voor, zoals een verlaging van de erfenisrechten voor wie een geërfde huurwoning blijft verhuren. Ten slotte pleit ik voor de overheveling van de huurwetgeving naar de gewesten.
Maar de beste huisvestingsmaatregel zit niet in de portefeuille van de minister van Wonen: een job! Want wat blijkt uit de studieresultaten? Zonder werk eigenaar worden gebeurt praktisch niet. Wie zit het vaakst in woningnood? Alleenstaanden, eenoudergezinnen, mensen met een vervangingsinkomen. En mensen die werk, een huis, partner en kinderen hadden, maar door ziekte of echtscheiding van de maatschappelijke ladder tuimelen.
Het kan iedereen overkomen. Wie behoeftig is, kan dat op allerlei manieren verbergen. Maar op vlak van wonen vallen de maskers af. Mensen kiezen er niet voor om een krot te huren. Wie dat toch doet, kan niet anders. Daarom moeten we blijven inzetten op zowel de private als de sociale huurmarkt.

Marino Keulen is Vlaams minister van Wonen.

Publicatiedatum : 2007-05-04
Sectie : Opiniemakers

Open huisvestingsbrief aan Marino Keulen

Magda De Meyer, De Morgen 5 mei

Inderdaad, Vlaams huisvestingsminister Marino Keulen, een huisje in eigendom is de beste verzekering voor de oude dag. Jammer dus dat een op de vier Vlamingen die verzekering niet heeft. Omdat steeds meer slechte woningen worden opgekocht en gerenoveerd, wordt de huurmarkt steeds krapper. Wat schaars is, wordt duur en de prijzen vliegen de hoogte in.
In Brussel besteedt een op de twee huurders ongeveer 40 tot 65 procent van het inkomen aan wonen. Wie van een laag inkomen moet leven, is dus de klos. Als dan nog de gas- en elektriciteitsrekening elke maand betaald moeten worden, is het plaatje gauw gemaakt en loert rauwe armoede om de hoek. Zeker als je weet dat in huurwoningen van slechte kwaliteit de energiefacturen schandalig hoog zijn. Slechte, isolatie, vochtigheid, en vaak verouderde apparaten eisen hun tol.
Er bestaat duidelijk geen toverformule, Marino, om een wachtlijst van 55.000 kandidaat-huurders op te lossen, maar een ambitieus woningbouwprogramma kan wél het verschil maken. Het percentage van sociale woningen op het totale woningbestand in België is toch een echte schande? Vlaanderen zit trouwens met een achterstand: het Vlaamse Gewest zit op 6 procent, terwijl het Waalse Gewest op 7 en het Brusselse Gewest op 8 procent zitten. Het gemiddelde in de EU is 10 procent. Wat we zelf doen, doen we beter?
Enkele weken geleden werden de Decenniumdoelen gelanceerd: negen armoedeorganisaties en sociale bewegingen die tot 2017 zullen samenwerken om armoede aan te pakken. Betaalbare huisvesting is een van de zes doelen die naar voren worden geschoven. Ook het Verbruikersateljee maakt deel uit van dat nieuwe front. Als organisatie van de kleine consument worden we dagelijks geconfronteerd met schrijnende verhalen met betrekking tot huisvestingsproblemen. Met de Decenniumdoelen willen we 75.000 extra sociale woningen tegen 2017, naast nog eens zoveel goede en betaalbare huurwoningen in de privésector. Dus samen 150.000 woningen om het verschil te maken tegen 2017.
Dan moet er om te beginnen al in elke Vlaamse gemeente een sociaal verhuurkantoor werkzaam zijn, dat actief op zoek gaat naar het in beheer nemen van woningen, waarbij eigenaar én huurder te winnen hebben. De eigenaar is zeker van het onderhoud van de woning en de maandelijkse huur, en de huurder weet dat hij in een huis zit met langlopend huurcontract. De huidige 3.500 woningen die beheerd worden door sociale verhuurkantoren, zijn een peulschil in verhouding tot de enorme nood. Het huidige Vlaamse ritme om 3.000 sociale woningen per jaar te bouwen ligt te laag.
In elke nieuwe verkaveling moeten we minstens 10 procent sociale woningen voorzien: een goede inhaaloperatie en meteen ook een goede sociale mix in elke buurt. Op het federale vlak moeten de paritaire huurcommissies hun job doen door het uitwerken van richtprijzen voor huurwoningen, rekening houdende met de kwaliteit. Samen met het verplicht maken van het Vlaamse Conformiteitsattest vooraleer een woning kan worden verhuurd, moet zo de kwaliteit van de privéhuurwoningen verbeteren. Huursubsidies kunnen dan mee gekoppeld worden aan de prijs-kwaliteitscontrole van de huurwoningen.
De belasting op leegstaande, onbewoonbaar verklaarde en verwaarloosde woningen is een lachertje. Een woning mag drie jaar leegstaan vooraleer er een heffing komt en bovendien zijn er een boel vrijstellingen te bekomen. Een echte leegstandsbelasting die kort op de bal speelt, moet die kankers uit onze steden en dorpen verwijderen.Ten slotte moeten voor alle huurwoningen inspanningen gedaan worden om de energiefacturen te drukken, uiteraard in het kader van een ambitieus klimaatplan om de CO2-uitstoot te verminderen en de aardbol intact te houden voor onze kinderen en kleinkinderen.
Magda De Meyer, voorzitter Verbruikersateljee, sp.a-Kamerlid

Publicatiedatum : 2007-05-05
Sectie : Opiniemakers

Alles peis en vree op de woningmarkt

Karim Zahidi

"Tout est pour le meilleur dans le meilleur des mondes", dat lijkt de mening van minister Keulen over de huidige stand van zaken op de woningmarkt. En dit is niet zomaar een mening van de minister. In
tegenstelling tot Deprez en Hintjens & co die er maar wat op losbazelen, schiet de minister niet met spek, maar haalt hij zijn cijfers uit wetenschappelijk onderzoek. Uit een onderzoeksrapport van het HIVA blijkt immers dat 93% van de Vlaamse woningen van goede kwaliteit is. Inderdaad een indrukwekkend cijfer. Wat de minister er vergeet bij te zeggen is dat dit cijfer gebaseerd is op een steekproef waarin bepaalde bevolkingsklassen niet zijn opgenomen. Precies die groepen die niet zijn opgenomen in de steekproef zijn de zwakkere spelers op de huurmarkt en lopen de meeste kans on in een slechte woning terecht te komen. De onderzoekers wijzen er zelf
meermaals op en stellen dat hun cijfer een onderschatting is van het aandeel slechte woningen. Verder vermelden de onderzoekers dat de situatie op de huurmarkt minder gunstig is.

Vreemd is ook dat de minister verder geen cijfers citeert uit het rapport. Zo kan men bijvoorbeeld in het rapport lezen dat de huurprijzen in de periode 1997-2005 met gemiddeld 9% gestegen zijn bovenop de index. Huren
is met andere woorden in deze periode reëel duurder geworden. Verder wordt vermeld dat de betaalbaarheidsproblemen voor huurders in dezelfde periode groter zijn geworden, en dit vooral op de private markt. Een van de conclusies van het rapport is juist dat wat de betaalbaarheid betreft de kloof tussen huurders en eigenaars steeds groter wordt.

De minister stelt ook een aantal maatregelen voor en ja hoor daar hoort ook belastingsverlaging bij. De minister stelt voor om vermindering van erfenisrechten toe te kennen aan personen die besluiten om een ge"erfd
huis verder te verhuren. Los van het feit dat het leuk klinkt net voor de verkiezingen, kan men zich afvragen wat de positieve resultaten ervan zouden zijn. Die zijn niet evident en zouden op zijn minst onderzocht
moeten worden. Ook het rapport dat de minister zo graag citeert, heeft iets te zeggen over fiscale maatregelen en stelt dat die zelden of nooit positief effect hebben op eigendomsverwerving door de lagere sociaal-economische klassen. Men kan zich dus zeker de vraag stellen of de fiscale maatregel van de minister positieve invloed zal hebben op de woonsituatie van de zwakkeren.

Als Deprez en Hintjens&co met spek schieten, dan kan men zich terecht afvragen welke munitie de minister dan wel niet gebruikt om in zijn bijdrage de problemen op de woningmarkt te minimaliseren.

Brief aan de minister

Kris De Vos

Beste Minister Keulen,

Vooreerst mijn excuses. In tegenstelling tot u, ben ik geen expert op het vlak van wonen maar na grondige lezing van de recente artikels, blijf ik met een paar vraagjes zitten.

Als de beste huisvestingsmaatregel het hebben van een JOB is, zitten dan àlle hefbomen voor uw beleid bij Minister Vandebroucke? En waarom zijn er dan steeds meer mensen die net wél werken en er toch niet geraken?

U vraagt zich terecht af wie het vaakst in woningnood zit: alleenstaanden, éénoudergzinnen etc. Dan vraag ik mij af waarom u een regel daarvoor het (alweer) over die job heeft? U suggereert toch niet dat éénoudergzinnen en alleenstaanden niet (voldoende) werken? Dat is niet met spek, dan toch minstens in eigen voet geschoten…

Iets "anders" dan: een eigen woning is dus de "beste verzekering voor de oude dag". Alsof ouderen die een huis hebben niet evenzeer in schrijnende armoede kunnen verblijven. Uit een bevraging van de Gentse ouderen blijkt dat 60% van de 55 plussers eigenaar zijn van een eigen woning (1-0 voor jou). Hetzelfde onderzoek stelt daarbij OOK vast dat 40% van de gentse 55 plussers in onaangepaste woningen verblijft en dat bijna 2 derde van de ondervraagden financiële problemen heeft bij het onderhoud van de woning. Allemaal hard werkende Vlamingen (geweest) toch?

Beste Minister, me dunkt dat u gewoon geen tijd hebt om te reageren op opiniestukken. U moet gewoon keihard dingen DOEN! En content zijn dat er nog mensen zijn die mbt uw problematiek aan oplossingen denken en werken. Uw "antwoord" op Wouter Duprez en Anke Hintjens (DM 4/5) was het, naar mijn inexperte mening, dan ook niet waard dat ze er een boom voor omhakten.

De groeten thuis!
K

Een OCMW-secretaris schrijft ons

Geachte Mevrouw,

Wij begrijpen uw verzoekschrift. In 2003 startte ons OCMW met een project om 20 sociale woningen te bouwen met subsidies van de Vlaamse overheid. Nu 4 jaar later zijn we dankzij de snelle werking van die Vlaamse administratie al aan de fase waarop die administratie de offertes van de aannemers onderzoekt.

Het is voor mij als OCMW-secretaris niet evident geweest om mijn raadsleden en de bevolking uit te leggen waarom het zo lang duurt vooraleer er werkelijk kan gebouwd worden.

In 2005 zijn we via de diensten van de Vlaamse Bouwmeester met een tweede, kleiner project gestart. We hoopten dat een samenwerking met de Vlaamse Bouwmeester zou leiden tot een snellere ontwikkeling, doch dit lijkt niet het geval.

Het is schrijnend dat goede wil van lokale besturen zo geremd wordt.

Met vriendelijke groeten,

De OCMW-secretaris

Gelezen in de Nieuwsbrief van Groen! Antwerpen: De nieuwe huurwetgeving

Volgens de nieuwe huurwetgeving zijn eigenaars verplicht de gevraagde huurprijs duidelijk te afficheren. De controle hierop ligt bij de gemeentebesturen. Een aantal burgemeesters, waaronder ook Janssens kondigden aan daar “geen prioriteit van te maken” . Freya interpelleerde in de gemeenteraad: “ Een betaalbare woning vinden in de stad is voor velen een probleem. In het bestuursakkoord staat dat de stad hier werk van zou maken.
Hoe kan de burgemeester dat rijmen met zijn voornemen om één van de instrumenten hiertoe niet toe te passen? Deze controle is ook vooral nodig om discriminatie op de huurmarkt tegen te gaan“

De burgemeester antwoordde dat hij achter de nieuwe huurwetgeving staat, maar de controle niet wil inschrijven in de politiecodex, omdat dat geen allegaartje mag worden (?). Freya [Piryns] reageerde hierop dat inschrijven in de politiecodex helemaal niet hoeft om de controle te kunnen uitoefenen.
Daarbij, de grootste stad van Vlaanderen mag in deze het goede voorbeeld geven.

Verzoekschrift betaalbaar wonen weggestemd door Herzeelse OCMW-raad

Tijdens de OCMW-raad van 29 maart zette LEEF! het “verzoekschrift voor betaalbaar wonen” op de agenda. Dit verzoekschrift werd, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006, gelanceerd door Anke Hintjens, onafhankelijke kandidaat op de SPA-lijst in Gent. De bedoeling van dit verzoekschrift is het afdwingen van een hoorzitting in het Vlaams Parlement over woonbeleid met alle betrokken partners, steden, gemeenten en organisaties. In Vlaanderen is er immers een hoge nood aan goede en goedkope huurwoningen. De programma’s van de meeste politieke partijen onderkennen dit probleem, maar op Vlaams vlak wordt op het terrein te weinig effectieve actie genomen. Een hoorzitting in het Parlement moet de eerste stap zijn naar een gedurfd plan om de prijzen op de woonmarkt effectief te beïnvloeden. Hiervoor zijn echter 15.000 ondertekenaars nodig.

Alle partijen van de Herzeelse OCMW-raad, op LEEF! na, stemden tegen het verzoekschrift. Zij vinden het niet de taak van een OCMW om , als lagere overheid, een signaal te geven aan een hogere overheid, in dit geval de Vlaamse regering. De raad vindt het belangrijker om in Herzele zelf werk te maken van goedkope (huur)woningen. LEEF! heeft altijd al gevonden dat er in Herzele meer moet gebeuren voor goedkope (sociale) woningen en stelt nu vast dat de OCMW-raad daar ook werk wil van maken. LEEF! vindt het dan ook vreemd dat de OCMW-raad het verzoekschrift niet wil ondertekenen. Een effectief lokaal huisvestingsbeleid kan alleen als het omkaderd wordt door een effectief Vlaams beleid. Het lijkt dan ook niet meer dan logisch dat het lokale niveau terzake signalen uitstuurt. De ondertekening van het verzoekschrift door de burgemeester en enkele Schepenen van de stad Gent bewijzen dit.

Naar aanleiding van het agendapunt over het “verzoekschrift voor betaalbaar wonen” wilde de meerderheid in de Herzeelse OCMW-raad een algemeen principe laten stemmen om geen moties, verzoekschriften of petities meer op de agenda van de raad toe te laten. LEEF! protesteerde hier tegen. Elk agendapunt dat op de juiste wettelijke manier door een raadslid aangebracht wordt moet op de agenda geplaatst worden. Uiteindelijk werd de stemming van dit punt verdaagd naar de volgende zitting. De secretaris van het OCMW kreeg de opdracht om de wettelijkheid van dit voorstel te onderzoeken.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 License.